|
Toegegeven: het werk van schilder
Cora van Vliet (Rotterdam 1955) is niet ‘gemakkelijk’. Wie haar expositie bij galerie Sieremans bezoekt zal beamen
dat men er de tijd voor dient te nemen en dat je niet de wens moet hebben alles wat ze op haar doeken plettert te doorgronden. Bovendien dient men zich niet uit het veld
te laten slaan door de heftige thematiek
( religie, onderdrukking, eros, demonen), die naarmate je er langer naar kijkt steeds beklemmender gaat werken. Ze te maken moet helemaal een purgatorio geweest zijn.
Van Vliet zelf praat niet makkelijk over haar werk, dat een rechtstreekse afspiegeling is van haar chaotische, neurotische ziele leven. Ze werd meerdere malen opgenomen voor psychoses en depressies. Het zou echter al te gemakkelijk zijn om haar werk af te doen als ‘exorcisme’: uit de ritmische, felgekleurde doeken spreekt ook troost, romantiek, pijn en grenzeloze liefde.
Talloze doeken getuigen van Van Vliets grote liefde voor haar ‘Mac’, zanger Ian McCulloch van de band Echo & The Bunnymen. (‘Iedere ochtend bij de thee schrijf ik hem. Hij antwoord nooit, maaar ik weet dat hij mij ziet. Zoals God mij ziet ’) Hun ontmoeting 23 jaar geleden na een concert in Rotterdam eindigde in een onvergetelijke kus en vormde de basis voor een stroom schilderijen en ‘beeldbrieven’: doeken vol tekstjes, teksten, uitroepen, losse namen en hartekreten.
Het woord als beeld.
Behalve aan Mac schrijft Van Vliet ook aan bijbelboekschrijvers als Leviticus, om maar een zijstraat te noemen. Een andere belangrijke pijler onder Van Vlietswerk ishaar in april 1999 overleden hartsvriendin, de Duitse fotografe Verena Nuding
(‘Net zo heavy als ik’). Ook haar soulmate Michael van Orden duikt in vele werken op. Maar de onbetwiste hoofdpersoon is en blijft Van Vliet zelf, in de persoon van haar alter ego Suchita. Wat overigens geen moment gaat vervelen.
De tentoonstelling bij Cieremans bestaat uit twee gedeelten. In de grote achterzaal vind je de ‘beeldbrieven’uit 2002, de voorzaal toont doeken van voor en na die tijd. Het contrast tussen beide ‘periodes’ is groot, hoewel de kiem voor de beeldbrieven in het eerdere werk al flink wat wortel heeft geschoten. Wie zich bloot stelt aan langdurig visueel contact met de beeldbrieven voelt zijn brein langzaam leeglopen. Men kan niet meer goed denken. Gepieker ruimt het veld voor gevoel. Van Vliet neemt het roer over en vult ieder hoekje van je brein met Van Vliet. Het is een bijna fysieke ervaring, die confrontatie met zoveel hefigheid. Men voelt zich bijna een voyeur.
Gelukkig is er ook zalf voor op de wonden. Zo vloeit er pure tederheid uit het doekje ‘Little Sophia Buddahchild’, waarop een elf-achtig, androgyn wezentje met puntoortjes met een onthutsende blik de wereld in kijkt. Een mens zou het zo mee naar huis willen nemen om er dan drie dagen lang onafgebroken naar te staren. Ook dat is Cora van Vliet.
Van Vliet is nog maar in relatief kleine kring bekend. Dat heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat ze niet of nauwelijks in de publiciteit treedt, maar ze verdient beter.
’Suchita is a better painter then a writer,’ stelt ze zelf in een publikatie bij de tentoonstelling. De schrijver die zo kan schrijven als Van Vliet kan schilderen mag zich gelukkig prijzen
Rotterdams Dagblad, 6 november 2003. Bernadette Neelissen
top
|